1196
27 mei 2026

Executieve functies en vaardigheden: dit is het verschil

Een belangrijke nuance voor iedereen die kinderen begeleidt

Steeds vaker hoor je in het onderwijs en de opvoeding de termen executieve functies en executieve vaardigheden. Ze lijken op elkaar en worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet helemaal hetzelfde. Dit verschil begrijpen is waardevol voor iedereen die kinderen begeleidt in hun leren en hun gedrag. Want wie het verschil kent, kan veel gerichter helpen bij het versterken van deze belangrijke basis voor leren en leven.

 
Wat zijn executieve functies?
Executieve functies zijn hersenprocessen die ervoor zorgen dat we doelgericht en passend gedrag kunnen laten zien. Ze helpen ons om eerst na te denken voordat we iets doen, onze impulsen te beheersen, onze aandacht vast te houden en flexibel te reageren op wat er gebeurt.

Je kunt ze zien als de piloot van het brein: ze sturen ons gedrag, ons denken en ons voelen aan, zodat we effectief kunnen handelen.

De Amerikaanse onderzoekers Peg Dawson en Richard Guare onderscheiden elf executieve functies die in veel onderwijsmateriaal worden gebruikt, ook bij Leren Leren Nederland:

Reactie-inhibitieeerst nadenken voordat je iets doet, impulsen onder controle houden.
Werkgeheugen informatie vasthouden om er direct iets mee te kunnen doen.
Emotieregulatiegevoelens op een passende manier sturen.
Volgehouden aandacht concentratie vasthouden, ook als het lastig is.
Taakinitiatie op tijd en zelfstandig aan iets beginnen.
Plannendoelen stellen en een plan maken om die te bereiken.
Organisatie materialen en informatie geordend houden.
Timemanagementtijd inschatten en goed gebruiken.
Doelgericht doorzettingsvermogen volhouden, ook bij tegenslag.
Flexibiliteit kunnen omgaan met veranderingen.
Metacognitie nadenken over je eigen denken en aanpak.

Executieve functies hebben een biologische basis in de hersenen, met name in de prefrontale cortex. Ze ontwikkelen zich geleidelijk tijdens de kindertijd en de puberteit. Dat betekent dat kinderen nog volop aan het leren zijn om deze functies goed te gebruiken: het hoort bij groeien.


Wat zijn executieve vaardigheden?
Executieve vaardigheden zijn de zichtbare gedragingen die voortkomen uit de onderliggende executieve functies.
Ze laten zien hoe een kind deze functies inzet in het dagelijks leven.

Voorbeelden van executieve vaardigheden zijn:

  • Huiswerk op tijd af hebben (planning en werkgeheugen)
  • Je spullen opgeruimd houden (organisatie).
  • Op je beurt wachten tijdens een spel (inhibitie en emotieregulatie).
  • Rustig blijven als het programma plotseling verandert (flexibiliteit).
  • Een handig ezelsbruggetje:

Executieve functies zijn het vermogen, executieve vaardigheden zijn het gedrag.
Een kind kan bijvoorbeeld begrijpen hoe plannen werkt, maar dat in de praktijk nog niet toepassen.
Of andersom: een kind kan moeite hebben met plannen, maar dat compenseren door structuur of hulpmiddelen te gebruiken.

 
Kun je executieve functies trainen?
Deze vraag krijgen we vaak. Het korte antwoord: niet rechtstreeks, maar je kunt wel veel doen.

Executieve functies zijn deels aangeboren en hangen samen met de rijping van de hersenen. Een kind kan pas goed plannen of impulsen onderdrukken als het brein daar klaar voor is. Maar: je kunt kinderen helpen om de vaardigheden te ontwikkelen die daarbij horen.

Dat doe je door ze strategieën en routines aan te leren, bijvoorbeeld werken met een stappenplan, een agenda of een overzichtsbord. Zo leren kinderen gedrag dat past bij de functies die nog in ontwikkeling zijn.

Je kunt het vergelijken met een spier: je kunt niet alles trainen, maar je kunt wél sterker worden in het gebruiken van wat je hebt.

Executieve functies groeien door rijping en ervaring. Executieve vaardigheden groeien door oefenen en herhaling. Dat is precies wat we in onderwijs en opvoeding doen: kinderen leren omgaan met hun gedrag, gedachten en emoties.

 
Hoe kun je kinderen helpen?

  • Wees een rolmodel. Laat zien hoe jij plant, organiseert en omgaat met tegenvallers.
  • Gebruik visuele hulpmiddelen. Denk aan checklists, weekplanners of stappenkaarten.
  • Geef ruimte voor fouten. Fouten horen bij leren — ook bij het oefenen van executieve vaardigheden.
  • Bouw routines op. Hoe meer iets automatisch gaat, hoe minder beroep er wordt gedaan op het werkgeheugen.
  • Blijf in gesprek. Door te praten over gevoelens en gedachten groeit het zelfinzicht en de emotieregulatie.

 
Tot slot
Executieve functies en executieve vaardigheden horen bij elkaar, maar zijn niet hetzelfde.
Door het verschil te kennen, kun je kinderen gerichter ondersteunen en beter begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt. 

 
Bronnenlijst: Dawson, P., & Guare, R. (2018). Executieve functies bij kinderen en adolescenten: Hogfere .Leren Leren Nederland (2023). Executieve Functies aangestipt.Diamond, A. (2013). Executive functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168.Zelazo, P. D., & Carlson, S. M. (2012). Hot and cool executive function in childhood and adolescence: Development and plasticity. Child Development Perspectives, 6(4), 354–360.Blair, C., & Raver, C. C. (2015). School readiness and self-regulation: A developmental psychobiological approach. Annual Review of Psychology, 66, 711–731.

Executieve functies en vaardigheden: dit is het verschil

Een belangrijke nuance voor iedereen die kinderen begeleidt

Steeds vaker hoor je in het onderwijs en de opvoeding de termen executieve functies en executieve vaardigheden. Ze lijken op elkaar en worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet helemaal hetzelfde. Dit verschil begrijpen is waardevol voor iedereen die kinderen begeleidt in hun leren en hun gedrag. Want wie het verschil kent, kan veel gerichter helpen bij het versterken van deze belangrijke basis voor leren en leven.

 
Wat zijn executieve functies?
Executieve functies zijn hersenprocessen die ervoor zorgen dat we doelgericht en passend gedrag kunnen laten zien. Ze helpen ons om eerst na te denken voordat we iets doen, onze impulsen te beheersen, onze aandacht vast te houden en flexibel te reageren op wat er gebeurt.

Je kunt ze zien als de piloot van het brein: ze sturen ons gedrag, ons denken en ons voelen aan, zodat we effectief kunnen handelen.

De Amerikaanse onderzoekers Peg Dawson en Richard Guare onderscheiden elf executieve functies die in veel onderwijsmateriaal worden gebruikt, ook bij Leren Leren Nederland:

Reactie-inhibitieeerst nadenken voordat je iets doet, impulsen onder controle houden.
Werkgeheugen informatie vasthouden om er direct iets mee te kunnen doen.
Emotieregulatiegevoelens op een passende manier sturen.
Volgehouden aandacht concentratie vasthouden, ook als het lastig is.
Taakinitiatie op tijd en zelfstandig aan iets beginnen.
Plannendoelen stellen en een plan maken om die te bereiken.
Organisatie materialen en informatie geordend houden.
Timemanagementtijd inschatten en goed gebruiken.
Doelgericht doorzettingsvermogen volhouden, ook bij tegenslag.
Flexibiliteit kunnen omgaan met veranderingen.
Metacognitie nadenken over je eigen denken en aanpak.

Executieve functies hebben een biologische basis in de hersenen, met name in de prefrontale cortex. Ze ontwikkelen zich geleidelijk tijdens de kindertijd en de puberteit. Dat betekent dat kinderen nog volop aan het leren zijn om deze functies goed te gebruiken: het hoort bij groeien.


Wat zijn executieve vaardigheden?
Executieve vaardigheden zijn de zichtbare gedragingen die voortkomen uit de onderliggende executieve functies.
Ze laten zien hoe een kind deze functies inzet in het dagelijks leven.

Voorbeelden van executieve vaardigheden zijn:

  • Huiswerk op tijd af hebben (planning en werkgeheugen)
  • Je spullen opgeruimd houden (organisatie).
  • Op je beurt wachten tijdens een spel (inhibitie en emotieregulatie).
  • Rustig blijven als het programma plotseling verandert (flexibiliteit).
  • Een handig ezelsbruggetje:

Executieve functies zijn het vermogen, executieve vaardigheden zijn het gedrag.
Een kind kan bijvoorbeeld begrijpen hoe plannen werkt, maar dat in de praktijk nog niet toepassen.
Of andersom: een kind kan moeite hebben met plannen, maar dat compenseren door structuur of hulpmiddelen te gebruiken.

 
Kun je executieve functies trainen?
Deze vraag krijgen we vaak. Het korte antwoord: niet rechtstreeks, maar je kunt wel veel doen.

Executieve functies zijn deels aangeboren en hangen samen met de rijping van de hersenen. Een kind kan pas goed plannen of impulsen onderdrukken als het brein daar klaar voor is. Maar: je kunt kinderen helpen om de vaardigheden te ontwikkelen die daarbij horen.

Dat doe je door ze strategieën en routines aan te leren, bijvoorbeeld werken met een stappenplan, een agenda of een overzichtsbord. Zo leren kinderen gedrag dat past bij de functies die nog in ontwikkeling zijn.

Je kunt het vergelijken met een spier: je kunt niet alles trainen, maar je kunt wél sterker worden in het gebruiken van wat je hebt.

Executieve functies groeien door rijping en ervaring. Executieve vaardigheden groeien door oefenen en herhaling. Dat is precies wat we in onderwijs en opvoeding doen: kinderen leren omgaan met hun gedrag, gedachten en emoties.

 
Hoe kun je kinderen helpen?

  • Wees een rolmodel. Laat zien hoe jij plant, organiseert en omgaat met tegenvallers.
  • Gebruik visuele hulpmiddelen. Denk aan checklists, weekplanners of stappenkaarten.
  • Geef ruimte voor fouten. Fouten horen bij leren — ook bij het oefenen van executieve vaardigheden.
  • Bouw routines op. Hoe meer iets automatisch gaat, hoe minder beroep er wordt gedaan op het werkgeheugen.
  • Blijf in gesprek. Door te praten over gevoelens en gedachten groeit het zelfinzicht en de emotieregulatie.

 
Tot slot
Executieve functies en executieve vaardigheden horen bij elkaar, maar zijn niet hetzelfde.
Door het verschil te kennen, kun je kinderen gerichter ondersteunen en beter begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt. 

 
Bronnenlijst: Dawson, P., & Guare, R. (2018). Executieve functies bij kinderen en adolescenten: Hogfere .Leren Leren Nederland (2023). Executieve Functies aangestipt.Diamond, A. (2013). Executive functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168.Zelazo, P. D., & Carlson, S. M. (2012). Hot and cool executive function in childhood and adolescence: Development and plasticity. Child Development Perspectives, 6(4), 354–360.Blair, C., & Raver, C. C. (2015). School readiness and self-regulation: A developmental psychobiological approach. Annual Review of Psychology, 66, 711–731.