Executieve functies zijn populair. Begrippen als plannen, werkgeheugen, reactie-inhibitie en flexibiliteit duiken steeds vaker op in gesprekken over leren en gedrag. Maar wat helpt kinderen nu echt om deze vaardigheden te ontwikkelen?
Recent deelde orthopedagoog en onderzoeker Dieter Baeyens (KU Leuven) interessante inzichten over de ontwikkeling van executieve functies bij kinderen. Zijn belangrijkste boodschap: executieve functies ontwikkelen zich niet door een losse oefening of training alleen. De grootste winst ontstaat wanneer leerkrachten executieve functies bewust verweven in hun dagelijkse handelen, instructie en begeleiding van leerlingen.
De vraag is dus niet óf leerkrachten aandacht moeten besteden aan executieve functies, maar hoe zij dat kunnen doen tijdens gewone lessen en dagelijkse situaties.
Executieve functies zijn cognitieve vaardigheden die doelgericht gedrag, denken en gevoelens mogelijk maken. We gebruiken ze vooral in nieuwe, onbekende of complexe situaties. Denk bijvoorbeeld aan:
Wanneer deze vaardigheden goed ontwikkeld zijn, kunnen kinderen beter leren, problemen oplossen en omgaan met veranderingen.
Onderzoek laat zien dat executieve functies sterk samenhangen met schoolprestaties. Vooral werkgeheugen blijkt een belangrijke voorspeller voor lezen, spelling en rekenen. Kinderen die informatie beter kunnen vasthouden en bewerken, hebben vaak een voorsprong bij het leren.
Tegelijkertijd ontwikkelen executieve functies zich niet vanzelf. Ze groeien door een samenspel van biologische rijping én ervaringen in de omgeving.
Veel mensen denken bij executieve functies direct aan speciale trainingsprogramma's. Hoewel dergelijke trainingen soms effect hebben, blijken die effecten vaak beperkt. Baeyens verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat directe EF-trainingen slechts kleine effecten laten zien en dat de opbrengst vooral zichtbaar is op de geoefende taken zelf.
Dat betekent niet dat oefenen zinloos is.
Wel betekent het dat er méér nodig is.
Volgens Baeyens ontstaat de grootste winst wanneer kinderen dagelijks ondersteund worden in een omgeving die hun executieve functies activeert en ondersteunt. Daarbij onderscheidt hij drie vormen van steun:
1. Emotionele steun
Kinderen leren beter wanneer zij zich veilig voelen.
Een leerkracht die interesse toont, complimenten geeft, verantwoordelijkheid durft te geven en conflicten tijdig opvangt, creëert een omgeving waarin kinderen durven leren en ontdekken.
Denk aan een leerling die vastloopt bij een opdracht. In plaats van direct te corrigeren, gaat de leerkracht naast het kind zitten, erkent de frustratie en helpt het kind weer op weg. Juist die ondersteuning versterkt de ontwikkeling van executieve functies.
2. Organisationele steun
Veel leerlingen hebben nog een externe "regelaar" nodig.
De leerkracht kan die rol vervullen door:
Hierdoor daalt de cognitieve belasting en blijft er meer mentale ruimte over om te leren.
3. Instructionele steun
Kinderen leren executieve vaardigheden niet alleen door uitleg, maar vooral door voordoen, begeleiden en samen nadenken.
Voorbeelden zijn:
Wanneer een leerkracht bijvoorbeeld eerst zelf voordoet hoe een complexe opdracht wordt aangepakt, leert een leerling niet alleen de inhoud, maar ook het denkproces erachter.
Baeyens maakte in zijn presentatie gebruik van een ABC-analyse:
Hiermee verschuift de focus van "het kind doet iets fout" naar "wat maakt dit gedrag begrijpelijk?".
Een leerling die opdrachten vergeet uit te voeren, heeft mogelijk geen motivatieprobleem, maar ervaart een te hoge cognitieve belasting, onvoldoende structuur of een gebrek aan strategieën. Door eerst de context te analyseren, wordt de keuze voor passende ondersteuning veel gerichter.
Wat werkt volgens recent onderzoek?
Interessant is dat klassikale interventies gericht op emotionele, organisationele en instructionele ondersteuning veelbelovende resultaten laten zien.
In recent onderzoek werd werkgeheugengerelateerd probleemgedrag volgens leerkrachten met maximaal 67% verminderd en volgens ouders met maximaal 50%. Daarbij bleek een positieve leerkracht-leerlingrelatie een belangrijke voorwaarde voor succes.
Met andere woorden: de relatie vormt de basis waarop executieve vaardigheden kunnen groeien.
De belangrijkste les uit het werk van Baeyens is misschien wel dat executieve functies niet iets zijn wat je "er even bij doet" met een werkblad of losse oefening.
Ze ontwikkelen zich juist tijdens:
Wanneer leerkrachten bewust kijken naar emotionele, organisationele en instructionele ondersteuning, versterken zij niet alleen executieve functies, maar ook leren, gedrag en welbevinden.
Tot slot
Executieve functies groeien door oefening, ervaring én begeleiding. De omgeving waarin een kind leert, blijkt minstens zo belangrijk als het kind zelf. Door gericht aanbod te combineren met een sterke pedagogische en didactische aanpak, kunnen we kinderen helpen om stap voor stap zelfstandiger, flexibeler en succesvoller te worden.
bron: Bron: Dieter Baeyens, "De aanpak van executieve functies bij kinderen: een bijzondere rol voor de leerkracht", KU Leuven / PraxisP, 2026.