Als leerkracht weet je: een goede start van het schooljaar is goud waard. Kinderen die hun executieve functies goed inzetten, leren makkelijker, werken zelfstandiger en voelen zich zekerder.
Om deze functies op een leuke, beeldende manier uit te leggen, gebruiken we bij Leren Leren Nederland luchthavenmetaforen. Ze maken abstracte vaardigheden concreet én herkenbaar voor kinderen.
Hier lees je hoe jij ze meteen in de klas kunt inzetten.
Reactie-inhibitie – de veiligheidscontrole
Net zoals bij de douane niet alles mee mag het vliegtuig in, moeten kinderen leren om niet overal meteen op te reageren. Ze oefenen om impulsen te beheersen en afleidingen buiten te laten, zodat ze zich focussen op hun taak.
Voorbeeld: Een leerling wil meteen roepen bij een vraag, maar wacht tot de beurt.
Tip: Speel 1, 2, 3, stop! Dit spelletje is perfect om impulsen te oefenen.
Werkgeheugen – het navigatiesysteem
Een piloot heeft zijn navigatie nodig om de juiste koers te houden. Zo hebben leerlingen hun werkgeheugen nodig om informatie te onthouden, stappen te volgen en complexe opdrachten te maken.
Voorbeeld: Een leerling onthoudt drie opdrachten achter elkaar: pak je boek, open op bladzijde 12, en maak oefening 1 t/m 5.
Tip: Speel Ik ga op reis en neem mee… of lees samen een prentenboek en laat ze daarna de volgorde van gebeurtenissen navertellen.
Flexibiliteit – de steward(ess)
Plannen veranderen soms, ook in de lucht. Flexibiliteit helpt leerlingen om mee te bewegen, nieuwe ideeën te omarmen en oplossingen te zoeken als het anders loopt.
Voorbeeld: Tijdens een groepsopdracht merken de leerlingen dat het oorspronkelijke plan te lang duurt. Ze bedenken samen een kortere werkwijze zodat ze toch op tijd klaar zijn.
Tip: Lees een verhaal voor en laat de leerlingen verschillende eindes bedenken.
Emotieregulatie – de snelheidsmeter
Net als een vliegtuig op de juiste snelheid moet blijven, leren kinderen hun emoties in balans te houden. Met ademhalingsoefeningen of korte pauzes blijven ze rustig, ook als het spannend wordt
Voorbeeld: Een leerling wordt boos als een opdracht lastig is, maar ademt diep in en probeert opnieuw.
Tip: De leerlingen sluiten hun ogen laat hen rustig in- en uitademen. Hun hand gaat mee omhoog bij het inademen en omlaag bij het uitademen, alsof ze hun adem volgen met hun hand.
Taakinitiatie – de startbaan
Geen vliegtuig komt van de grond zonder een goede start. Leerlingen hebben soms dat duwtje nodig om te beginnen. Een helder eerste stap-plan helpt ze op weg.
Voorbeeld: De klas begint direct aan het werk na de instructie, zonder treuzelen.
Tip: Zet een timer op 2 minuten en laat de leerlingen binnen die tijd de eerste stap van de taak zetten.
Metacognitie – de verkeerstoren
De verkeerstoren overziet alles. Metacognitie helpt leerlingen hetzelfde te doen: nadenken over hun aanpak, hun werk controleren en bijsturen waar nodig.
Voorbeeld: Een leerling bedenkt tijdens een toets dat het handig is om eerst de makkelijke vragen te doen en dan de moeilijke.
Tip: Speel Hoe zou jij het doen? Laat de leerlingen bij een taak eerst drie aanpak-ideeën bedenken voordat ze starten.
Volgehouden aandacht – de piloot
Een piloot blijft gefocust tot het vliegtuig veilig geland is. Zo leren leerlingen hun aandacht vast te houden tot de taak af is.
Voorbeeld: Een leerling werkt 15 minuten geconcentreerd aan een knutselwerk zonder afgeleid te raken.
Tip: Gebruik luisterverhalen (bijv. De Waanzinnige Boomhut ↪ ) en laat leerlingen details opschrijven die ze onthouden.
Doelgericht doorzettingsvermogen – de straalmotor
De motor zorgt dat het vliegtuig vooruit blijft gaan, ook met tegenwind. Leerlingen ontdekken dat je met doorzetten en volhouden je doelen bereikt.
Voorbeeld: Een leerling blijft oefenen met een moeilijke rekensom tot het lukt.
Tip: Speel bordspelletjes met een lange speelduur (bijv. Mens Erger Je Niet ↪ ) en benadruk het doorgaan tot het einde.
Plannen – het reisschema
Een reis verloopt soepel als je weet waar en wanneer je ergens moet zijn. Met plannen krijgen leerlingen grip op hun taken en hun tijd.
Voorbeeld: Een leerling verdeelt een weektaak in kleine stukjes over meerdere dagen.
Tip: Gebruik een weekplanner en laat de leerlingen zelf bepalen op welke dag ze welk werk doen.
Organisatie – de koffers
Een koffer moet slim ingepakt worden. Leerlingen leren hun materialen op orde te houden, zodat ze snel vinden wat ze nodig hebben.
Voorbeeld: Een leerling houdt zijn laatje netjes en vindt altijd snel zijn spullen.
Tip: Speel Wat zit er in mijn koffer?. De leerlingen moeten bij een activiteit zelf kiezen welke spullen ze meenemen.
Timemanagement – het vluchtschema
Net als op het vliegveld: zorg dat je op tijd bent voor je vlucht. Leerlingen leren prioriteiten stellen, tijd inschatten en slim werken.
Voorbeeld: Een leerling werkt sneller als hij weet dat er nog maar 10 minuten over zijn.
Tip: Gebruik tijdblokken: geef een taak en laat een zandloper lopen zodat de tijd zichtbaar is.
Zo start je morgen al met de metaforen
Ervaringsverhaal
“Sinds we de startbaan en koffers in onze klas gebruiken, hoor ik leerlingen zelf zeggen: ‘Ik moet eerst op de startbaan!’ of ‘Mijn koffers zijn nog niet op orde.’ Ze herkennen hun eigen gedrag sneller én weten wat ze kunnen doen om verder te komen.” – Leerkracht groep 6
Direct aan de slag
Je kunt de luchthavenmetaforen gratis downloaden ↪ via onze website. Print ze, lamineer ze en plak ze bij prentenboeken, spelletjes, ontwikkelingsmateriaal of gewoon in je lokaal.
Liever kant-en-klaar? Ze zijn ook verkrijgbaar als stickers ↪. Handig en direct te gebruiken.Zo maak je samen met je leerlingen een vliegende start in het nieuwe schooljaar.
De luchthavenmetaforen worden door Leren Leren Nederland gebruikt en beschikbaar gesteld om dit concept op een leuke en begrijpelijke manier uit te leggen.